Minder jongeren met jeugdzorg in 2025

Gezondheid en welzijn | 30-04-2026 00:04

477 duizend jongeren kregen jeugdzorg in 2025. Dat is 2,8 procent minder dan een jaar eerder. Dit is, coronajaar 2020 uitgezonderd, de eerste daling sinds 2015; het jaar waarin de gemeenten verantwoordelijk werden voor de uitvoering van jeugdzorg. Van de drie belangrijkste vormen van jeugdzorg daalt het aantal jongeren met jeugdhulp en jeugdbescherming. Het aantal jongeren met jeugdreclassering neemt toe. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Jeugdhulp is met 469 duizend jongeren in 2025 de grootste vorm van jeugdzorg. Er zijn 2,8 procent minder jongeren met jeugdhulp dan het jaar ervoor. Jeugdhulp is hulp aan jongeren met psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, of een verstandelijke beperking, of het ondersteunen van ouders bij opvoedingsproblemen. Jeugdhulp is in principe bedoeld voor jongeren tot 18 jaar, maar kan verlengd worden tot 23 jaar.

Ruim 3 procent minder jongeren met jeugdbescherming

Bijna 33 duizend jongeren kregen in 2025 jeugdbescherming. Dat is 3,3 procent minder dan een jaar eerder.

De rechter legt een jeugdbeschermingsmaatregel dwingend op als de veiligheid en ontwikkeling van het kind in gevaar zijn. Een jongere wordt dan “onder toezicht gesteld” of “onder voogdij” geplaatst. Jeugdbescherming stopt als de jongere 18 jaar wordt.

Meer jongeren met jeugdreclassering

In 2025 kregen bijna 9 duizend jongeren jeugdreclassering, 4,5 procent meer dan in 2024. Jeugdreclassering is bedoeld voor jongeren vanaf 12 tot 18 jaar die voor hun achttiende verjaardag met politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen.

Grote verschillen jeugdzorggebruik tussen gemeenten

Van alle jongeren tot 23 jaar in Nederland kreeg 10,8 procent jeugdzorg in 2025. Dit verschilt per gemeente van 5 procent tot meer dan 15 procent. Dit kan meerdere oorzaken hebben. Gemeenten kunnen eigen keuzes maken in de manier waarop ze jeugdzorg organiseren. Daardoor zijn er verschillen tussen gemeenten in de hoeveelheid en het soort jeugdzorg dat beschikbaar is.

Daarnaast kunnen ook sociaaleconomische verschillen tussen regio’s een rol spelen, zoals de hoogte van het inkomen en het aantal eenoudergezinnen. Ook het gebruik van andere zorg speelt een rol, bijvoorbeeld het zorggebruik vanuit de Zorgverzekeringswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Wet langdurige zorg.


 

Veel jeugdhulp bij jongens en meiden van 12 tot 18 jaar

 22,4  procent van alle jongeren met jeugdhulp in 2025 zijn meiden van 12 tot 18 jaar, gevolgd door jongens met dezelfde leeftijd (19,2 procent) en jongens van 8 tot 12 jaar (18,4 procent).

In de jongere leeftijdsklassen -van 0 tot 4 jaar, 4 tot 8 jaar en 8 tot 12 jaar- is het aantal meiden flink lager dan het aantal jongens. Dit is in de afgelopen jaren nauwelijks veranderd. 3,2 procent van alle jongeren met jeugdhulp is 18 jaar of ouder. Dit zijn ongeveer evenveel jongens als meiden.

Minder jeugdhulp verwezen door de huisarts

Bijna 97 duizend nieuw begonnen jeugdhulptrajecten zijn in 2025 verwezen door de huisarts naar de jeugdhulpaanbieder. Waar de huisarts in 2021 nog 38,0 procent van de verwijzingen verzorgde, is dat in 2025 33,5 procent. In 2025 werd 33,3 procent van de jeugdhulptrajecten doorverwezen door de gemeente, in 2021 was dat 31,8 procent.

Voor de jeugdhulptrajecten die door het lokale team van de gemeente zelf werden uitgevoerd is geen verwijzing nodig. Deze groep groeide van 13,1 procent in 2021 naar 15,9 procent in 2025. Door de verschuivingen van de verwijzer heeft de gemeente steeds meer regie bij het uitvoeren van jeugdhulp en het doorverwijzen naar jeugdhulpverleners.