828 zoekresultaten

Sorteren op: Datum / Relevantie

Hulpvormen jeugdzorg

Jeugdzorg - Jeugdzorg is het geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering dat onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd volgens de Jeugdwet (2014). De cijfers over jeugdhulp in dit bericht zijn exclusief de 4 845 jongeren die jeugdhulp uitsluitend financieren met een persoonsgebonden budget. Jeugdbescherming - Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt door de rechter dwingend opgelegd. Het doel van de jeugdbeschermingsmaatregel is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'. Ondertoezichtstelling zoals hier gebruikt is het totaal van ondertoezichtstelling en voorlopige ondertoezichtstelling. Ondertoezichtstelling - Ondertoezichtstelling is een maatregel waarbij het gezag van de ouders wordt beperkt. Als de ontwikkeling van een kind ernstig bedreigd wordt en ouders de zorg die nodig is om de bedreiging weg te nemen niet of onvoldoende accepteren, dan kan de rechter op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (of in een enkel geval het openbaar ministerie) een ondertoezichtstelling uitspreken. Het kind krijgt dan een jeugdbeschermer toegewezen van een Gecertificeerde Instelling. Deze persoon begeleidt het kind en zijn ouders bij het oplossen van de opvoedingsproblemen. De ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvoeding, maar hun gezag wordt door de maatregel gedeeltelijk ingeperkt. Zowel ouders als kind zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die de jeugdbeschermer geeft. Als de situatie veilig genoeg is, kan het kind thuis blijven wonen. De rechter kan ook besluiten het kind (tijdelijk) uit huis te plaatsen, bijvoorbeeld in een pleeggezin. Een ondertoezichtstelling duurt maximaal een jaar. De rechter kan de duur telkens met (maximaal) een jaar verlengen tot het kind meerderjarig is. Voorlopige ondertoezichtstelling - Als een kind acuut gevaar loopt en een onderzoek en een verzoekschriftprocedure door de Raad voor de Kinderbescherming niet afgewacht kunnen worden kan de Raad voor de Kinderbescherming de rechter om een voorlopige ondertoezichtstelling verzoeken, vaak in combinatie met een machtiging uithuisplaatsing. Ouders en kind worden door de jeugdbeschermer van de Gecertificeerde Instelling begeleid. De maatregel duurt ten hoogste drie maanden. Tijdens de voorlopige ondertoezichtstelling zet de Raad het onderzoek voort. Denkt de Raad voor de Kinderbescherming dat de ondertoezichtstelling en de eventuele uithuisplaatsing langer moet duren? Dan vraagt de Raad voor de Kinderbescherming binnen die drie maanden aan de rechter om een definitieve maatregel. Voogdij zoals hier gebruikt is het totaal van voogdij, voorlopige voogdij en tijdelijke voogdij. Voogdij - Bij een voogdijmaatregel wordt het gezag over een minderjarige door de rechter toegewezen aan een Gecertificeerde Instelling. Dit kan zijn na een gezagsbeëindigende maatregel of bij kinderen van wie de ouders zijn overleden (waarbij er geen voogd is vastgelegd in het gezagsregister of testament of deze persoon de voogdij niet accepteert). De gezagsbeëindigende maatregel wordt opgelegd als een kind zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder ook in de toekomst niet in staat geacht wordt om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen of als de ouder het gezag misbruikt. In veel gevallen is er al een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing geweest voordat er een gezagsbeëindigende maatregel wordt uitgesproken door de rechter. De gezagsbeëindigende maatregel is in principe een definitieve maatregel die geldt tot het kind 18 jaar is. Het betreft alleen gevallen waarbij de voogdij wordt uitgevoerd door de Gecertificeerde Instelling zelf, waarbij het kind wordt opgevoed in een pleeggezin of tehuis. Situaties waarbij een pleegouder (pleegoudervoogd) of iemand anders die sterk betrokken is bij het kind (burgervoogd), de voogdij overneemt van de Gecertificeerde Instelling, vallen hierbuiten. Voorlopige voogdij - Er is sprake van voorlopige voogdij bij een acute situatie die bedreigend is voor het kind. Het gezag over het kind komt bij de Gecertificeerde Instelling te liggen. De voorlopige voogdij gaat vrijwel altijd gepaard met de (tijdelijke) schorsing van het gezag van de ouder(s). De voorlopige voogdij duurt maximaal drie maanden. Als binnen die drie maanden een verzoek door de Raad voor de Kinderbescherming wordt ingediend om blijvend in het gezag te voorzien, kan de voorlopige voogdij voortduren tot er een einduitspraak is. Tijdelijke voogdij - Er is sprake van tijdelijke voogdij als de gezaghebbende ouder het gezag tijdelijk niet zelf kan uitoefenen. Bijvoorbeeld als ouders minderjarig zijn, langdurig in het buitenland verblijven of een ouder onder curatele is gesteld en er geen andere ouder is die het gezag kan uitoefenen. De tijdelijke voogdij duurt voort totdat de rechtbank het gezag van de ouder, op diens verzoek, heeft hersteld. Jeugdreclassering - is een combinatie van toezicht en begeleiding voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Bij jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar kan ook het jeugdstrafrecht toegepast worden op grond van het adolescentenstrafrecht, indien het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of het openbaar ministerie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. Jeugdhulp zonder verblijf - Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet, en voor zover deze in natura is geleverd door de zorgaanbieder (dus exclusief PGB). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere verblijft thuis, in het eigen gezin. Of anders gezegd, de jongere slaapt thuis. In ieder geval formeel. Het kan zijn dat de jongere bij opa en oma slaapt of bij iemand anders, echter dit is dan niet formeel zo geregeld. Jeugdhulp met verblijf - Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De jongere verblijft in een pleeggezin, gezinshuis, leef- of behandelgroep, gesloten afdeling, GGZ-instelling of soortgelijke locaties waar jeugdhulp geleverd wordt. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.

29-04-2025 | 12:04

Verdachten van misdrijven

Doel Inzicht geven in de omvang en ontwikkeling van het aantal door de politie gehoorde verdachten van misdrijven. Daarnaast worden verschillende kenmerken van de verdachten beschreven. Doelpopulatie Alle gehoorde verdachten van misdrijven tegen wie proces-verbaal van aanhouding is opgemaakt. Soort onderzoek Integrale waarneming Statistische eenheid Aantal verdachten van misdrijven en het aantal verdachten per 10 000 inwoners. Aanvang onderzoek De cijfers over geregistreerde verdachten worden gepubliceerd vanaf verslagjaar 2005, over aangehouden verdachten vanaf 1999. Frequentie Jaarlijks Verslagperiode Jaar Waarnemingsmethode De gegevens over geregistreerde verdachten komen uit de landelijke politiedatabank 'Geïntegreerde Interactieve Databank voor Strategische bedrijfsinformatie' (GIDS). Een nadere beschrijving over data uit GIDS is te vinden in het onderzoek geregistreerde criminaliteit. De gegevens over aangehouden verdachten komen uit het landelijke bestand van de politie met verdachtengegevens. Het landelijke bestand met verdachtengegevens wordt samengesteld uit de 27 regionale Herkenningsdienstsystemen (HKS) die sinds 1986 door de politie worden gebruikt om gegevens over verdachten te registreren. Jaarlijks vindt bij de politieregio's en de Koninklijke Marechaussee een extractie uit het HKS plaats. De HKS-gegevens worden door het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) opgeschoond en technisch bewerkt. Deze gegevens worden door het CBS met terugwerkende kracht verwerkt. Het HKS bevat zowel de aangiftegegevens van misdrijven als de persoonsgegevens van de verdachten daarvan. Tegen een verdachte kunnen in een jaar een of meerdere processen-verbaal zijn opgemaakt en per proces-verbaal kunnen meerdere delicten voorkomen. Opgenomen worden personen tegen wie als verdachte een proces-verbaal is opgemaakt. Het HKS bevat informatie over het delict, maar ook over persoonskenmerken van de verdachte zoals geboortedatum, geslacht, geboorteland en nationaliteit. Aan de hand van deze kenmerken koppelt het CBS de gegevens uit het HKS aan gegevens in het Sociaal Statistisch bestand. Vanwege het onthullingsrisico worden op StatLine aantallen afgerond op tientallen en worden alleen gegevens over verdachten gepubliceerd als de desbetreffende bevolkingsgroep groter is dan 50 Wat is de kwaliteit van de uitkomsten? Het HKS levert geen compleet beeld van de criminaliteit in Nederland. De gegevens van de bijzondere opsporingsdiensten (FIOD-ECD, douane) zijn vaak niet opgenomen in het HKS. Diverse typen misdrijven, zoals economische delicten, milieudelicten of uitkeringsfraude, zijn hierdoor ondervertegenwoordigd in het HKS. Verder ontbreken de zogenaamde Halt-afdoeningen. Daarnaast betreffen de gegevens verdachten en geen veroordeelden. Wel is het zo dat naar schatting meer dan 90% van de verdachten een transactie aangeboden krijgt door het OM of in een later stadium schuldig wordt verklaard door de rechter. Ongeveer 90 procent van de geregistreerde verdachten in het HKS kan worden gekoppeld aan het Sociaal Statistisch Bestand. Verdachten worden soms niet teruggevonden in het SSB wanneer hun persoonsgegevens onvolledig of onjuist staan geregistreerd of wanneer het verdachten betreft die niet zijn ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie, bijvoorbeeld wanneer het om buitenlandse verdachten gaat die in Nederland gehoord zijn. De verdachten die niet aan het SSB gekoppeld zijn zijn wel opgenomen in de StatLinetabellen, maar de persoonsgegevens van deze verdachten zijn onbekend.

20-12-2024 | 13:12

Hoger onderwijs

Wat behelst het onderzoek Doel De statistiek over hoger onderwijs (ho) geeft informatie over ingeschrevenen en gediplomeerden in het ho. Gediplomeerden kunnen onderscheiden worden naar geslacht en migratieachtergrond, ingeschrevenen kunnen daarnaast onderscheiden worden naar vooropleiding, internationale student (wel/niet) en verblijfsjaar (eerstejaars- en ouderejaarsstudent). Kenmerken van de inschrijving waar informatie over geboden wordt zijn onderwijssoort (hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo)), studierichting, opleidingsvorm en opleidingsfase. Ook diploma’s kunnen onderscheiden worden naar onderwijssoort, studierichting en opleidingsvorm en daarnaast naar soort diploma. Doelpopulatie Alle ingeschrevenen en gediplomeerden in het door de overheid bekostigde hoger onderwijs. Vanaf studiejaar 2012/’13 bevat de doelpopulatie gediplomeerden ook de theologische universiteiten, de Universiteit voor Humanistiek en de Transnationale Universiteit Limburg. Aan de populatie ingeschrevenen zijn de theologische universiteiten en de Universiteit voor Humanistiek in studiejaar 2015/’16 toegevoegd en is de Transnationale Universiteit Limburg vanaf studiejaar 2016/'17 meegenomen. Statistische eenheid Personen. Aanvang onderzoek Over ingeschrevenen is op StatLine informatie beschikbaar vanaf studiejaar 2000/’01 en over gediplomeerden is informatie beschikbaar vanaf 2002/’03. Frequentie Jaarlijks. Publicatiestrategie In het eerste kwartaal van het kalenderjaar worden voorlopige cijfers van het nieuwe studiejaar toegevoegd aan de bestaande StatLine-tabellen. In het tweede kwartaal van het kalenderjaar worden de voorlopige cijfers van het voorgaande studiejaar vervangen door definitieve cijfers. Hoe wordt het uitgevoerd Soort onderzoek Beschrijvend onderzoek op basis van registerinformatie. Waarnemingsmethode Gegevens over inschrijvingen in het ho en over ho-diploma's zijn afkomstig uit het ééncijferbestand hoger onderwijs dat het CBS ontvangt van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Dit bestand wordt gebruikt om te bepalen welke personen op 1 oktober van een gegeven studiejaar een inschrijving in het ho hebben. Ook biedt dit bestand informatie over behaalde ho-diploma’s. Berichtgevers Verplichte elektronische gegevensverstrekkingen door onderwijsinstellingen die zijn bekostigd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en – t/m 2018 - het Ministerie van Economische Zaken (EZ) vormen de basis van het ééncijferbestand hoger onderwijs dat CBS jaarlijks van DUO ontvangt. DUO verrijkt dit bestand met een aantal gecoördineerde afleidingen (variabelen) die afgesproken zijn in de werkgroep Eéncijfer Hoger Onderwijs. In deze werkgroep zijn het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, DUO, de Inspectie van het Onderwijs, de Vereniging van Universiteiten, de Vereniging Hogescholen en het CBS vertegenwoordigd. De persoonsgegevens zijn afkomstig uit het Sociaal Statistisch Bestand. De indeling van opleidingen in studierichtingen wordt door het CBS verzorgd aan de hand van de International Standard Classification of Education (ISCED). Steekproefomvang Niet van toepassing. Controle- en correctiemethoden DUO controleert de gegevens die zij van haar berichtgevers ontvangt op volledigheid en consistentie en brengt zo nodig in overleg met hen verbeteringen aan in het bronbestand. Bij het samenstellen van het ééncijferbestand voert DUO diverse controles uit. Deze controles zijn besproken in de werkgroep Eéncijfer Hoger Onderwijs. Voordat het ééncijferbestand hoger onderwijs formeel wordt goedgekeurd worden door alle leden van de werkgroep Eéncijfer Hoger Onderwijs afzonderlijk controles uitgevoerd op dit bestand. Weging Niet van toepassing. Wat is de kwaliteit van de uitkomsten Nauwkeurigheid De voorlopige cijfers geven doorgaans een kleine onderschatting van het aantal ingeschrevenen en gediplomeerden als gevolg van latere leveringen van gegevens aan DUO. De definitieve cijfers kunnen soms licht afwijken van cijfers die DUO zelf publiceert. Dit komt doordat DUO incidenteel verbeteringen in oudere jaren doorvoert, waar het CBS definitieve cijfers niet meer aanpast. Afwijkingen tussen CBS en DUO zijn groter voor internationale studenten. De reden hiervoor is dat DUO bij de bepaling van internationale studenten uitgaat van de meest recente nationaliteit van een student, zoals bekend bij DUO, terwijl het CBS kijkt naar de nationaliteit van de student op 1 oktober van het betreffende studiejaar. Studenten die in de loop van de tijd de Nederlandse nationaliteit krijgen, veranderen daarmee bij DUO van internationale student naar niet-internationale student voor alle jaren waarin ze ingeschreven staan. Bij het CBS vindt die wijziging pas plaats in het jaar dat de student daadwerkelijk de Nederlandse nationaliteit krijgt. Dit betekent dat de verschillen tussen het CBS en DUO wat betreft het aantal internationale studenten steeds groter wordt naarmate men verder terug gaat in de tijd. Volgtijdelijke vergelijkbaarheid Bij het volgtijdelijk vergelijken van de cijfers moet er rekening gehouden worden met een aantal zaken: (1) de invoering van het bachelor-masterstelsel, (2) de invoering van de tweejarige associate degree opleiding in het hbo in studiejaar 2006/’07 en (3) clusteringen en splitsingen van studies van jaar op jaar waardoor cijfers over studierichtingen minder goed vergelijkbaar zijn over tijd. Na invoering van het bachelor-masterstelsel in het studiejaar 2002/’03 is in het hbo aan iedereen een bachelordiploma uitgereikt, ongeacht of de gediplomeerde een opleiding ‘oude stijl’ of een bacheloropleiding met succes had afgerond. In het wo, daarentegen, zijn doctoraaldiploma’s geleidelijk vervangen door bachelor- en masterdiploma’s. Hierdoor is het aantal diploma’s in het wo niet goed vergelijkbaar in de tijd. Het aantal inschrijvingen is wel vergelijkbaar in de tijd, omdat studenten per onderwijssoort (hbo of wo) maar een keer meetellen. Beschrijving kwaliteitsstrategie Het door DUO geleverde bestand wordt na binnenkomst nogmaals door specialisten van het CBS gecontroleerd. Zo nodig worden in onderling overleg alsnog verbeteringen in het bronbestand aangebracht.

20-12-2024 | 13:12